Hoe Ayşe weer gewoon Ayşe werd.

Ayşe is een bijzondere vrouw. Een studente journalistiek van midden twintig met een verleden dat haar vormde in een onafhankelijke en zelfbewuste vrouw. Een regelrechte vamp van Turkse origine, die mannen om haar vinger kan winden, maar ook soms haar harde schild afgooit om weer een klein meisje te zijn. Kortom, een prachtig personage waar je als schrijver alle kanten mee op kan.

In mijn nieuwe boek getiteld, ‘Engel zonder vleugels’, is ze een ambitieuze stagiaire op de redactie van een bekende misdaadjournalist en wordt geconfronteerd met een aantal morele dilemma’s. Het nemen van de juiste beslissingen wordt beïnvloed door haar eigen jeugd en de morele waarden die naar voren komen als je de ultieme vraag probeert te beantwoorden; hoe ver mag je gaan om je kroost te beschermen?

logo

Lees verder

In 2016 begint het echte werk.

Of doe ik mezelf daarmee tekort?

Natuurlijk zijn er al drie boeken van mijn hand verschenen, maar hadden de uitgever en ik moeite met de stap naar de boekwinkels. De recensies waren prima tot goed, de boeken zagen er prachtig uit en de reacties van de lezers altijd enthousiast. Toch vertaalde zich dat niet in grote verkopen.

Het beste voorbeeld is mijn laatste thriller ‘De visser van Hoi An’. Deze verscheen op dezelfde dag als de nieuwe Dan Brown, getiteld ‘Inferno’. Op Crimezone (tegenwoordig Hebban) kreeg mijn boek dezelfde beoordeling als de bestseller uit Amerika, namelijk 21 van de 30 beschikbare sterren op onderdelen als leesplezier, spanning, psychologie en schrijfstijl.

Het verschil is: Inferno verkocht er miljoenen, wij daar nog geen 0,1% van.

Ik moest een stap omhoog zetten, wilde ik ooit dat potentieel halen. Ik had al een hoofdstuk liggen van een nieuw verhaal, dat zelfs genomineerd was voor de Thomas Ross thriller-award van uitgeverij Cargo. Anderhalf jaar later lag er een verhaal dat in lijn was met de tips die ik van een medewerker van Cargo had gekregen: schrijf een Nederlands verhaal, met Nederlandse personages rond een Nederlands thema.

Dat werd dus Bureau Jeugdzorg, een instantie die het bloed onder mijn nagels gehaald had met hun waanzinnig idioterie rondom mijn toenmalige pleegzoon. Het bracht me op een idee.Talloze vaders en moeders zeggen dat ze iemand wat aandoen als Jeugdzorg aan hun kinderen komt. In de praktijk doet (gelukkig) niemand dit. Waarom niet? Ik denk dat zolang er hoop is, je niet het risico wilt lopen dat Jeugdzorg munitie krijgt om op je te schieten. Zolang er hoop is zijn er grenzen. Mijn hoofdpersoon heeft alle hoop laten varen, met alle gevolgen van dien.

Lees verder